
Wandelen
Er is niets heerlijker dan in alle vroegte mijn rugzak inpakken en de deur uitgaan. Gewoon, inpakken en weg. Daar droom ik van. Een trein naar Berlijn, Rome. Maar er is altijd wat, er moet iets met de planten in de tuin, uitgenodigde eters afzeggen, geliefden achterlaten. Losmaken van wat je leven in stand houdt, wat er dan overblijft. Mijn leven lang verdoe ik mijn tijd aan dromen, om dit of dat nog eens te ondernemen en blijf thuis. Ik vond eenzelfde type mens in het boekje ‘Omwegen’. Via omwegen kom ik meestal waar ik wil zijn. Maar is het niet het doel, maar de weg erheen waar het om gaat? Dus maak ik het espressopotje nog eens schoon en vraag me af of ik wel geschikte wandelschoenen in huis hebt.
Toen Thomas Heerma van Voss op wandelvakantie ging met het gezin van zijn (toenmalige) vriendin, kreeg hij advies van zijn vader over nieuwe wandelschoenen. ‘"Thuis had ik de schoenen alvast ingelopen, dat had mijn vader me aangeraden. Zoals hij me ook jaren terug, rond mijn achttiende, adviseerde om met leren schoenen zo snel mogelijk in plassen regen te stappen. “Wij hebben enorme brede voeten, dan moet je zulke trucjes toepassen.”’
De familie van zijn vriendin is een doorgewinterde wandelfamilie, terwijl hij nooit aan wandelvakanties heeft gedaan. In zijn familie werd er tijdens vakanties ‘vooral stilgezeten’. ‘Per auto verplaatsten we ons met zijn vieren naar de Franse kust, altijd diezelfde villa aan zee, waar we drie weken min of meer leefden alsof we huisarrest hadden.’ Als ze al ergens wandelden was dat in een lokaal dorpje. ‘waar we slenterden van de parkeerplaats naar de dichtstbijzijnde café au lait (…) terrassen waren onze ankers, bewegen daaromheen voelde als noodzakelijk intermezzo.’ Vakantie beleef je in je dromen.
Het is een zachtmoedige vertelling, met een fijne dosis onderkoelde humor. De auteur volgt gedwee, met enig genoegen de vijf geoefende wandelaars naar het einde van de dag. Dan is hij moe, ‘maar op een fijne manier’. Dat genoegen zit in het nabij zijn van zijn vriendin. Een jaar daarvoor gingen ze samenwonen, waarna zij met haar familie ging wandelen in Italië. Toen ze terugkwam twijfelde ze aan hun relatie. Nu liepen ze daar zomaar samen in de Ardennen, tevreden, misschien zelfs gelukkig. Dit alles getoond in kleine opmerkingen, hun handen die elkaar raken, dat hij zelden het gevoel had gehad, zo ‘samen’ te zijn als nu. Dat je je lief dus niet alleen op vakantie moet laten gaan
De schoonmoeder heeft tijdens de wandeling de touwtjes in handen, de verblijfplaatsen geregeld, wijst op wat er gezien moet worden. ‘Och, wat schattig’, bij het zien van een houten bankje op een berg. Deze observaties: ‘Bovenaan de berg ging iedereen behalve mijn schoonvader zitten. (…) zelfs tijden de spaarzame pauzes wilde hij blijven bewegen.’ Ik las het verhaal van een welwillend mens, een liefde die geen stand houdt. En waarin gezocht wordt naar de plaats van de auteur in dit alles. Waarom de dingen genoteerd moeten worden? ‘Omdat ik ze niet wil vergeten.’ Prachtig geschreven. En nu neem ik de trein, naar Harlingen, vandaar met de boot naar Vlieland. De deur uitgaan, strandwandelingen. Ik zie mezelf al lopen, wind in de haren, zonverbrand. Ha!
