Werk in Uitvoering

Heimwee als een hond aan je voeten

3 maart 2024

Hoewel ze al meer dan vijftien jaar terug is in Nederland, hoort ze zichzelf nog wel eens zeggen dat ze in Portugal heeft gewoond. Zeven jaar. Dat ze niet denken dat het een soort tussenjaar of sabbatical was geweest. Nee, het was haar ernst geweest. Er was een baan, een project waar ze met de man, waarmee ze voor de tweede keer getrouwd was, instapte. Werken met kinderen die zorg nodig hadden in een soort Camphill-achtige community.

Let op, ook dit hoort ze zichzelf best vaak zeggen: 'twee keer getrouwd met dezelfde man'. Dat ze samen vier kinderen hebben, een meisje en een jongen uit het eerste- en een meisje en een jongen uit het tweede huwelijk. De tweede keer dat ze trouwden was in het jaar dat José Saramago de Nobelprijs voor Literatuur had gewonnen. Op huwelijksreis gingen ze naar Wijk aan zee. Ze logeerden in het morsige hotel waar ook de jaarlijkse schaakwedstrijden werden gehouden. In het café beneden hadden Kasparov en Donner nog geschaakt. Er zat genoeg geschiedenis in de door nicotine geel gekleurde plafonds van het café dat ze er wel voor altijd wilde blijven zitten. Lezend in Ik was getrouwd met een communist van Philip Roth. Waarin het verlangen naar een betere wereld de communist Iron Rinn fataal wordt. Een verhaal dat ze aan een plakkerige cafétafel steeds opnieuw zou lezen op zoek naar de andere kant van verhalen. Maar er waren plannen.

In Portugal zou alles beter werken. Zouden zij en de man de tijd van hun leven hebben. De vrije weekenden zouden ze naar Lissabon of Coimbra gaan, naar Figueira da Foz aan de Atlantische Oceaan. Het leven zou goed voor hen zijn. De bergen, de dorpjes met huizen gebouwd uit gestapelde stenen, de mensen zo vriendelijk. Het eerste jaar bewoonden ze een tweekamerappartement met badkamer. Dat was wel even een overgang. In het halletje maakte de man een kookhoek met een camping gasstel. Afwassen deden ze bij de wastafel in de badkamer. Het leek wel vakantie, riep ze.  Maar het was niet, zoals de meeste mensen dachten, dat de zon er altijd scheen. God, wat kon het regenen.

Ze waren met een stationwagen en aanhanger, waarin een houten tafel, stoelen, bedden, koffers met kleren, boeken en speelgoed waren vervoerd, aangekomen. De rest van hun spullen hadden ze opgeslagen in een container op een werf in Amsterdam. Toen de kamers waren ingericht, miste ze de keramieken theepot. Veel was achtergebleven in Nederland. Ze dacht aan haar twee oudste kinderen. Het meisje begon na de zomer aan een studie in Utrecht, de jongen in Groningen. Heimwee en ‘verlangen naar’ lagen in Portugal als honden aan haar voeten. Er kwam een moment dat ze zelfs heimwee naar de Hema had. Het even binnenlopen voor wat kaarsen, tuinbroek voor het jongetje, onderbroeken. Ach, wat had de Hema toch een fijne lijn aan ondergoed. Maar wat kregen ze daar wel niet voor terug?  Voor het huis zag je de bergen van de Serra de Estrela. Aan de achterkant keek je uit over de stad Seia. Het zicht op de witte huizen met  rode daken was gewoonweg prachtig. En niet te vergeten de 365 recepten die de Portugese keuken rijk is om bacalhau te maken! 

Toen in september het meisje voor het eerst naar school beneden in het dorp ging, regende het de hele dag. Toen ze haar op school had achtergelaten,  en ze de weg terug naar boven liep, leek het of de wereld om haar heen vertraagde. Dat het regende, dat het koud was, dat hun winterkleding in een container op een werf in Amsterdam zat. Voor het jongetje hadden ze een buggy. Het viel haar op dat kinderen, zo gauw ze konden lopen, zelf de steile wegen bewandelden. 

In Nederland had ze Portugese les voor het meisje geregeld. Zelf oefende ze met bandjes: ‘Eu sou Mariana' en 'Muito prazer’. Moest je je ergens voor verontschuldigen (ze vermoedde dat dat vaak zou voorkomen), dan zei je 'desculpa', of  ‘con licenza’ als je iemand wilde passeren. Zij en de man knikten naar elkaar en zeiden, ‘Bom dia’ of ‘Boa noite’. Ze wezen naar overdrijvende wolken, zeiden, 'nuvens'.

Op school tolkte het meisje tussen haar en de ‘professora’  bij een oudergesprek. Ze wist: dit moest anders. Ze kocht Potugese boeken. António Lobo Antunes, Cartas da Guerra, brieven aan zijn vrouw vanuit Angola tijdens de koloniale oorlog. Brieven die begonnen met, ‘Meu amor’, of ‘Minha namorada querida’. Ze kocht de krant Público. Verzamelde de boeken uit de wereldliteratuur die bij elke zaterdageditie meekwamen. De eerste was Cesare Pavese, A Lua e as Fogueiras. En miste haar eigen boeken, die in die container zaten.
Verwoed staarde ze naar de Portugese woorden, 'Existe uma razão por que voltei a estes sítios' mompelde ze voor zich uit, als waren het spreuken waarmee ze de taal kon openbreken zodat ze eindelijk die ruimte voor zichzelf zou zien. Een kamer waarin ze haar tijd kon verdoen met woorden, met dingen die iets te vertellen hadden.



 

(Dit verhaal werd geschreven tijdens een driedaagse cursus Schaduwschrijven van Elke Geurts)

crossmenuchevron-down linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram