Werk in Uitvoering

Herkansing

6 maart 2026

Ik sprak een man die door een verhuizing zijn relatie op losse schroeven zag komen te staan. Na vijftien jaar samenwonen, gingen ze latten. Zij was nu op reis, hij zocht een huis in Italië. Hij zei, 'verhuizen brengt veel teweeg'. 'Ja, ja', zei ik.

Tijdens de verhuizing sneuvelde het glas van een lijst en een doos met wijnglazen. Er gingen dingen door mijn handen waarvan ik het bestaan vergeten was. Dozen vol brieven (wanneer ben ik met het schrijven daarvan gestopt?). Ondertussen werk ik aan nieuwe rituelen. Zoek ik naar mezelf in de boeken die ik lees. Aas op een herkansing van wie ik geworden ben. Wil ik coulant zijn.

Gek, hoe veel van de dingen die ik me herinner niet meer van toepassing zijn. In een nieuw huis komen de verhoudingen anders te liggen. Is er sprake van verschuivende herinneringen, verwaarloosbare herinneringen, herinneringen die zich aanpassen.

'Het heden verandert met zulke kleine stapjes in het verleden dat we ze niet kunnen meten; voor je het weet verandert iets wat er is in iets wat er was en is je leven niet meer hetzelfde als daarnet.', schrijft Rebecca Solnit.

In Tussen heden en morgen van Jenny Erpenbeck veranderen herinneringen van vorm omdat het verleden steeds opnieuw wordt ingedeeld. Zie het als een herkansing om wat niet aan bod kwam alsnog te laten gebeuren.

Er wordt een meisje geborenen dat een paar maanden later sterft. Daar waar het leven stopt, brengt Erpenbeck haar opnieuw tot leven, als ouder zusje van..., als jonge vrouw, als communist. De vroegtijdig gestorven baby groeit op, maakt twee oorlogen, en de val van de muur mee. Van een karakter dat meerdere keren sterft en even zo vaak opnieuw een levend personage wordt, keert zich dat na de val van de muur om. Wordt er gesproken over de tijd na dat ze zal sterven. ‘Ook de week waarin ze een dag na haar negentigste verjaardag zal sterven, begint zoals alle andere dagen met het ontbijt om acht uur…’.

En, ‘Ook in de week waarin mevrouw Hoffmann en dag na haar negentigste verjaardag zal sterven, is de tijd een taaie brij, die zich voortsleept en niet voorbij wil gaan, die moet worden doodgeslagen, doorgebracht en uitgezeten.’

Herhalingen die me naar voren doen bewegen, een patroon doen vermoeden dat ik nog niet kan zien.

Verhuizen is opnieuw tot leven komen. Toen het nog sneeuwde en de paden bevroren waren, verhuisden we spullen naar de tuin van het nieuwe huis. Tuinbank en tafel, potten, bezems, harken, scheppen, een werkbank. Nu de sneeuw gesmolten is, kon het opruimen beginnen. Ik legde hout bij hout, potten bij potten enzovoort. Het ging me goed af, ik hervond iets aan moed. Kijk, wat lag daar nu in het gras. Een blauw stenen vogeltje. Ik riep. 'Oh nee. De waterbak. Het vogeltje. Het is gebroken.' Ik klonk alsof er iemand schuldig aan was. Soms wil ik dat iemand schuld heeft aan dat wat mij treft. Dat de dingen die je overkomen te herleiden zijn naar het gedrag van de ander. 'Huil je?, zei de man.

Erpenbeck schrijft hoe de man zijn vrouw verwijt dat hun kind gestorven is. '’s Nachts had hij tegen zijn vrouw geschreeuwd omdat ze het kind wel had opgepakt en geprobeerd had het te kalmeren, maar niet wist wat ze moest doen, omdat ze geen middel tegen de dood wist, maar hij had ook geschreeuwd omdat hij zelf geen middel tegen de dood wist.’ En dat alles steeds opnieuw kan gebeuren.

 

 

crossmenuchevron-down linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram