Werk in Uitvoering

Wat ik mezelf zie doen

22 juni 2025

Wat ik mezelf zie doen: elke ochtend om vijf uur opstaan. Na een koude douche (Russen die zich elke ochtend in een ijskoud meer poedelen is een hardnekkig beeld in mijn hoofd), zie ik mezelf in passende sportkleding de trap af hupsen. Nog voor de krant in de bus ligt ga ik de deur uit. En dan lekker vlot de straat uitlopen, rennen liefst, verend op de bal van de voorvoet, soepel door de knieën. Zonder ophouden loop ik waarschijnlijk vijf, misschien zelfs zeven kilometer. Ik zal wel afgepeigerd thuiskomen, opnieuw een koude douche zal me goed doen. Man, wat zal ik me daarna goed voelen.

Vanmorgen, het was niet helemaal vijf uur, de krant was al gelezen, kwam het er van. Ik riep, 'Nou, ik ga', tegen de man die in bad lag te lezen. Er was geen enkele sportkleding in huis, dus stapte ik in mijn gewone kleren en op mijn vakantie wandelschoenen de deur uit. Ik zette er gelijk de pas in. De buren moesten niet denken dat ik even een blokje omging. Dus hup, stoeprand af, weg oversteken en daar stapte ik met flinke stappen het open veld in. Nog even, en niemand zou me nog kunnen zien en zou ik gaan rennen.

Het schijnt verstandig te zijn om afwisselend drie minuten lopen, een minuut rennen af te wisselen. Ik wilde verstandig zijn. Na drie keer tot zestig te hebben geteld, maakte ik me klaar voor die ene renminuut toen ik gehinderd werd door een oude vrouw. Bij de laatste ingang vanuit een nieuwbouwwijk naar het open veld, voegde zij zich te voet achter mij. Ik versnelde mijn pas, maar stelde het rennen nog even uit. Toen ik haar dichterbij voelde komen, schakelde ik onopvallend over naar snelwandelen, bewoog mijn gebogen armen mee in het ritme van mijn passen. Ik was toch wel echt een fitnessloper, al zal ze dat niet van me gedacht hebben.

Onverwacht naderde ze me tot op de hielen. Soepel sloeg ik af naar waar ik niet heen wilde, en liep door verwilderd grasland en struikgewas. Met hoog optrekkende benen stap ik door het natte gras. Ik kijk over het veld naar de weg, zie nog net het grijze hoofd van de oude vrouw. Ze heeft er flink de pas in. Maar daar wilde ik het niet over hebben.

Ik bevind me opeens in een soort wildernis, geen pad te bekennen. Geritsel van wegspringende dieren begeleidt elke stap. Ik kom uit op een grindpad aan de achterkant van de nieuwbouwwijk. Een man in zijn tuin kijkt op, ziet me lopen. Ik weet dat wat hij ziet geen sportieve loper is. Het grind knarst bij elke stap, ik til mijn voeten zo snel mogelijk op om het knarsen tot een minimum te beperken. Van een weidepaal stijgt een buizerd omhoog. Hij cirkelt in grote omgangen boven het veld. Ik kijk met bewondering naar zijn beschouwing van het jachtgebied. Denk dan aan een bericht over een sporter die door een buizerd werd aangevallen. God, wat zit er veel informatie in mijn hoofd. Kordaat neem ik het pad langs de wetering, begin te rennen en ben in een mum van tijd thuis waar de achterblijver opmerkt, 'Hee, ben je al weer terug?'

 

 

 

crossmenuchevron-down linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram