Waarachtigheid
Ik had een stukje geschreven voor dit blog. Met een foto erbij van een tafeltje met wat schrijfgerei, een opengeslagen notitieboekje. Ik had de foto zelf gemaakt. Toen ik het blog geplaatst had, zag ik pas hoe onscherp de foto was. Ook de tekst kwam me opeens als vaag voor. Het was een slappe tekst, als een nat vaatdoekje dat over de kraan hing.
In Contouren schrijft Rachel Cusk, ‘dat een zin goed noch slecht ter wereld komt, maar dat het wezen ervan bepaald wordt door de subtielst mogelijke aanpassingen, een intuïtief proces waarbij overdrijving en geforceerdheid funest zijn.’
Ik zag de film The drama van Kristoffer Borgli. Een lichtgewicht film, zoals light verse onder de poëzie dat is. Na de film vroeg ik me af waarom deze gemaakt was. Wat beoogde Borgli. Toch zag ik er iets in dat me van belang leek. Nu denk ik algauw de dingen een diepere betekenis toe.
De film gaat over vier vrienden die aan de vooravond van de bruiloft van twee van hen, elkaar opbiechten wat het ergste is dat ze ooit gedaan hebben. Iets waarvoor je je schaamt. Een heeft als achtjarige een zwak begaafd buurjongetje in een schuur opgesloten, het niemand verteld. Ook niet toen ze hem gingen zoeken. De aanstaande bruid vertelt dat ze als tiener een schoolshooting voorbereidde met het geweer van haar vader. Het kwam er niet van maar haar vrienden en geliefde bezien haar opeens met andere ogen en haar toekomst wankelt. Het is een vage film, ik wist niet welke kant ik op moest denken. Het ging om waarachtigheid, dacht ik.
Wim Brands gaf als docent poëzie les aan de Schrijversvakschool. Hij gaf graag opdrachten als, 'schrijf een brief aan jezelf', of 'Ik herinner me'. Ik zat in de poëziegroep van 2009. En hoe dat was.
Veel later begreep ik dat hij die opdrachten ook zelf uitvoerde. Hij schreef een brief aan zichzelf over een Hemelvaartsdag uit zijn jeugd.
‘Beste Wim,
Het is vandaag Hemelvaartsdag en ik moet opeens denken aan die Hemelvaart – lang voordat hij zelfmoord pleegde – waarop jij met je vader een fietstocht maakte. Jullie hadden een moeizame relatie, om het vriendelijk uit te drukken. De meeste dagen zeiden jullie niets tegen elkaar. Soms een grauw en een snauw, zoals je moeder het uitdrukte. (…) Je moeder riep voortdurend dat ze nooit had moeten trouwen met die man. (…) Tijdens die Hemelvaart fietste hij opeens in een sloot. Je reed achter hem, dus je had niet gezien welk grimassen zijn hersens op zijn gezicht toverden, anders had je wel geweten hoe laat het was. Je kon zijn gezicht lezen zoals je grootvader zijn tuin. Het was een moddersloot. Ondiep gelukkig, zodat hij niet kopje-onder ging. (…) Je zag dat hij niet kon verdrinken, je wist dat hij weer bij zou komen… en je besloot weg te fietsen. Je hebt daar nooit met iemand over gepraat. (…)’
In die brief heeft hij het ook over zijn dwangneuroses waarvan hij zich losmaakte door te lezen, te schrijven, programma’s te maken. ‘- je was eigenlijk altijd aan het werk sinds je aan die slootkant snel weer op je fiets stapte.’ Hoe hij ontsnapte, maar niet helemaal. Brands zocht naar een bepaald evenwicht om het wankelen te verbloemen. Dat de dingen aangescherpt en doorgrond kunnen worden, maar dat alles afhangt van subtiele aanpassingen.