Like it or not

Ik denk erover een verhaal te schrijven over een vrouw die haar dagboeken online gaat plaatsen. De vrouw, van een bepaalde leeftijd, denkt dat het wel iets teweeg zal brengen. Ze begint met haar laatst genoteerde aantekeningen. Vandaar terug in de tijd. Ze zal er jaren voor nodig hebben. Het is een vrouw die al doende de dingen leert (notitie: maak haar niet te naïef). Ze zal wekelijks een fragment plaatsen. Maar er is een probleem. De vrouw weet van zichzelf dat er weerzin ontstaat wanneer er iets van haar wordt verwacht. Ook als ze die verwachting zelf heeft geschapen. Hm, denk ik. Het kan wat zijn, dit idee. Maar wat als ze weerbarstig wordt. En waarom zou die vrouw haar dagboeken eigenlijk prijs willen geven?

Ondertussen staar ik naar het lege schap van de bio bananen in de supermarkt. Het schap waar ze horen te liggen, is in bezit genomen door bananen uit Colombia. Ik duw de winkelwagen naar de appels en peren. Ik pak een kartonnetje met vier rode bio appels. Er is geen boodschappenbriefje om me richting te geven. Freewheelend ga ik door de gangpaden. Scoor 12 pakken Oat milk in de aanbieding, een veganistische chocoladereep, vijf puntpaprika's in een plastic zak, vier blikjes kattensoep, een blikje kikkererwten en een pot Griekse olijven. Bij de kassa ontwijk ik de blik van iemand die enkel een pak koekjes hoeft af te rekenen. Ik moet dat idee van die vrouw en haar dagboeken vasthouden.

Buiten verdeel ik de boodschappen over de fietstassen en onder de snelbinders. Onderweg overweeg ik naar de kringloopwinkel die op de route ligt te gaan. Misschien vind ik daar een kleine vintage salontafel, of twee koffiekommen die ik niet kan laten staan.

Thuis leg ik de appels op de fruitschaal, de puntpaprika's in de groentela van de koelkast. Terwijl de ruimte in mijn hoofd voor een verhaal zich doet gelden, ruim ik een plank leeg in de voorraadkast voor de pakken Oat milk. Hoe gewoon dit leven lijkt.

Ik check mijn mobiel, klik Instagram open. Sinds ik daarop ben, loopt mijn schermtijd wekelijks op. Er komt een filmpje van schoolkinderen in prachtige witte bloesjes voorbij, daarboven een rode strik. De camera beweegt langs de gezichten van de kinderen, meest meisjes. Het lijkt een belangrijke dag, maar waarom huilen ze? Sommige kinderen doen zichtbaar hun best niet te huilen. Honderdveertigduizend personen hebben het filmpje geliked (waaronder de naam van iemand die ik ken). Er staat: '... (naam van iemand die ik ken) en anderen vinden dit leuk'. Ik lees verder: 'Today, over 1000 orphans at the AI-Wafa Orphan Village in Gaza gradueted school. They were full of emotion as there were no parents to attend the ceremony because Israel killed them.'

Mijn vinger gaat uit gewoonte naar het open hartje, dat als ik er op tik rood zal kleuren. 'Like it or not'. Ik trek mijn vinger terug, zoek naar een emoticon voor 'niet leuk'. Als er een holle ruimte in me ontstaat die zich drupsgewijs vult met leed van anderen, ga ik bakken. Tahinkoeken met vanille en agavesiroop, amandelmeel en bakpoeder, vegan chocola. En dat ik de hele dag, terwijl ik boodschappen deed, dacht over een vrouw en haar dagboek, deze huilende kinderen onder ogen kreeg, zich een kiespijn manifesteerde die alarmerend wordt. Ik bel de tandarts. Morgenochtend kan ik er terecht. Morgenochtend, als alle wezen in Gaza nog steeds hun ouders zullen missen.

 

 

Novemberschrijver

Het zijn gedenkwaardige dagen, weemoedige ook. Carole King zingt, ‘So far away'. Daar komen de tranen al. Dat vloeiend verlangen naar toen alles nog te gebeuren stond. Naar dat eerste huis waar het 'samen' begon, op een stuk opgehoogde aarde in een buurtschap langs de IJssel. Waar we toen woonden. 'Doesn't anybody stay in one place anymore’.

En toen we Nederland verlieten. De jaren in Portugal, waarvan ik me herinner dat in november het gemis, van alles wat was achtergebleven, het sterkst was. 'It would be so fine to see your face at my door'.

Portugees novemberlicht, het vallen van alles. Regen ook, onbarmhartige regen, waar je woest doorheen ging.

Meer dan vijfendertig jaar geleden viel op een novemberdag de Berlijnse muur. Berlijn, een stad die volgens Cees Nooteboom ooit een beroerte heeft gehad. Nooteboom, in alles een novemberschrijver. Ik moest dringend op zoek naar zijn boek Allerzielen. Het staat niet bij de N, wie heeft het, waar is het. Ah, daar, tussen Alice Munro en Herta Müller. Dit boek is voedsel voor een weemoedige geest.

Protagonist Arthur Daane maakt in de jaren negentig wandelingen door Berlijn, begeleid door stemmen uit het verleden, ‘het moeras van de voorbije tijd’ genoemd. Wat je liever negeert omdat dingen die voorbij zijn niemand interesseert, omgeslagen bladzijden. Alsof je met je ziel te koop loopt en geen hond het wil hebben. ‘Dat bestaat,' schrijft Nooteboom, 'jaren waarin de gebeurtenissen voortrazen, waarin bladzijde 395 op bladzijde 398 allang vergeten is, en de werkelijkheid van een paar jaar eerder belachelijk dan dramatisch lijkt.’

Daane loopt door donkere en stille straten die van zo'n naargeestigheid zijn dat berusting op de loer licht. Daane is een voormalig cameraman die over de hele wereld interviews en de gevolgen van gruweldaden heeft gefilmd. Hij loopt door Berlijn met een verlichte geest, Berlijn als middelpunt van de geschiedenis. De sneeuw waait in zijn gezicht, ongezien loop ik mee, voel de kou van een straffe wind die ook de sneeuw aan mijn gezicht doet kleven.

Terwijl hij de kraag van zijn jas nog eens optrekt, hoort hij de hulproep van een heilsoldate. Ze zit gehurkt bij een door kou bevangen zwerver. Ik zie het. Er moet een ambulance gebeld worden. Een paar straten verder, in de Otto-Suhr-Allee zit een oude vrouw in een glazen bushokje. Ze zwaait naar hem, of nee, het is meer een dwingend wenken. 'Ze was oeroud, misschien wel negentig. Hoorde binnen te zitten met dit weer. Negentig, stel je voor dat het echt waar was.'

Daane denkt aan een eventuele echtgenoot, of die echtgenoot gevallen is aan het Oostfront. Of deze nu oude vrouw heeft mee gejubeld, of juist niet, tijdens toespraken van Goebbels in het 'Sportpalast'. Of was haar huis verpletterd door een bom uit Lancaster. 'Niets wist je van mensen, behalve dan dat zij toen een jaar of veertig geweest moest zijn.' Met een 'hoge commandostem' vraagt de vrouw: 'Glauben Sie, dass noch ein Bus kommt?' Hij denkt van niet. Hij brengt haar naar de ondergrondse en gaat verder.

Allerzielen is een verslag van onvermijdelijke gedachten in een naoorlogs leven. Nooteboom begon eraan te schrijven toen hij in Los Angelos verbleef, lees ik in een schrijversportret (waarbij ik me in de nabijheid van de schrijver waan) waarin hij terugkijkt op zijn leven. 'O ja, denk ik dan, we hebben een tijdje in Parijs gewoond, in Berlijn, in Los Angelos bij het Getty.' Waar hij dus aan Allerzielen begon te schrijven. Dat het allemaal gebeurd is. En dat er vandaag hagel wordt verwacht. Dat moet er nog bij, om mijn weemoedigheid te rechtvaardigen.

 

 

Citaat uit: De prullenman heeft veel plezier aan mij beleefd / Thomas Heerma van Voss / Das Mag

 

 

De boeken van 2024

 Je leest omdat je erover wilt schrijven, er iets van vindt. Je leest ter voorbereiding op een interview, of omdat je de verfilming van een boek zag. Je leest ook als er geen aanleiding is dan enkel het boek dat je vervoert, en dat je daar dan tocht weer over wilt schrijven. Sommige boeken lijken uit marmer gehouwen en tonen toch een ongrijpbaar, dromerig gemoed. Ik denk aan De kamerling van Sasja Janssen over een jongeman die op surrealistische wijze zijn jonge jaren beleeft. Vader overleden, moeder laat hem bij zijn leraar Nederlands wonen. De jongen heet trouwens Alexander Z. en zou niet misstaan in een roman van Vestdijk. De leraar, een geheimzinnig man met vreemde trekjes, laat Alexander voor het huishouden zorgen, de bibliotheek op orde houden. Hoe die jongen zijn weg tussen alle verwachtingen door zoekt.

Je zag een zwartwit foto van Tilda Swinton waarbij ze haar gezicht tussen haar beide handen hield. Terwijl je naar de foto keek, legde je op dezelfde wijze als zij dit had gedaan je handen tegen je gezicht. Je kruiste de armen voor je borst, legde je rechterhand tegen de linkerwang, je linkerhand tegen de rechterwang. Je streelde met je duimen over je wangen. Je begon erbij te wiegen terwijl je je gezicht omsloot. Het ontroerde je, dat beeld van Tilda Swinton, de duimen die je wangen streelden, terwijl je naar de stapels boeken op tafel keek.

Als je leest worden personages de maat der dingen. Met de man sprak je over de moeder van een vriendin. Er was sprake van egocentrisch gedrag, afwijzen van het eigen kind. Je wilde nog meer zeggen toen hij zei, 'Dat klinkt als de moeder in Halfbroer van Nicolien Mizee.' Precies, zo’n moeder! Als je beiden leest, begrijp je elkaar beter. Een boek zet iets in beweging. Soms valt een boek tegen. Dat het boek beter is dan de film bewees Hokwerda's kind.

Voor een voordrachtavond in een café werd je gevraagd naar je lievelingskerstgedicht. Je zei, 'Jaja, natuurlijk' en ontdekte dat er weinig over kerst gedicht was, laat staan dat er een lievelingsgedicht zou zijn. Tot je ‘Annunciatie’ van Marjoleine de Vos vond, een perfect kerstsfeergedicht. Het werd je lievelings. Je las boeken over dementie voor een essay en voor een leesclub las je twee boeken per keer (wat is dat voor leesclub?). In de laatste weken van het jaar las je nog veel moois. Daar wordt in 2025 over geschreven.

Vanmorgen werd je wakker met de gedachte dat alles korter kan, alles is terug te brengen tot een zin. Schrijf een blad vol met zinnen, schrap ze allemaal, tot die ene overblijft, Je droomde van een boek met overgebleven zinnen. Kerouac schreef, 'One day I will find the right words, and they will be simple'. Dat dus.
Het was een rijk boekenjaar, en dat je leest omdat een leven zonder boeken niet te doen is.

 

Robert Anker - Onvergetelijke toegewijde trouweloze tijd
                             Nieuwe veters, Verzamelde gedichten 1979 - 2006
Paul Auster - Bericht uit het innerlijk
 Brooklyn dwaasheid
Martien Frijns - Maria Austria - Fotobiografie
Cobi van Baars - De onbedoelden
Leonieke Baerdwaldt - Dagen als vreemd symptomen
James Baldwin - Niet door water, maar door vuur
Alexander Banenman - De schim van Raamswolde
Paul Beers en Ingborg Dusar - Nerveuze gejaagdheid, over Ingeborg Bachmann
Hester den Boer - Kamp Erika
Hugo Borst - Ach moedertje
Ma
José Henrique Bortoluci - Wat van mij is
(Over) Wim Brands - Alles komt goed

Edgar Cairo - Kopzorg
John Cheever - Bijna een paradijs
Dorien Dijkhuis - Dezelfde maan
Douwe Draaisma - Vergeetboek
Nico Dros - Eiland van gisteren
Brett Easten Ellis - Scherven
Rob van Essen - Ik kom hier nog op terug

Julia Franck - De middagvrouw
Jon Fosse - Wit licht
Martien Frijns - Maria Austria, Fotobiografie
Nicci Gerrard - Woorden schieten te kort (over dementie)
Ramon Gieling - Het bloeden van de jaren
Natalia Ginzburg - Familie Lexicon
                                   Nooit moet je me vragen
Arnon Grunberg - De geschiedenis van mijn opklapbed
Heere Heeresma - Mijmeringen naast mijn naaimachine (over het leed...)
Thomas Heerma van Voss - het archief
Detlef van Heest - Parkeren in Hilversum
Mariken Heitman - De mierenkaravaan 
Judith Hermans - Zomerhuis
Michael Ignatieff - Reis naar het ongerijmde

Sasja Janssen - De kamerling
                             Wie wij schuilen
                             Virgula
                             Mijn vader zegt entropie mijn moeder logica
Josephine Johnson - Nu in november
Oek de Jong - Hokwerda's kind
Æ de Jong (samensteller) -U heb ik lief, De eeuw van Gerard Reve
Michelle van der Kind - Sea, Sex & Witlof (verhalen)
Herman Koch - Ga je erover schrijven
Rachel Kusner - Club Mars 
Lena Kurzen - Schuilhuisje

Josien Laurier - De verhalen
Harrie Lemmens - De muur voorbij, Berlijnse fado
Thomas Lieske - Niets dat hier hemelt
Gilles van der Loo - Café Dorian
Ésouard Louis - Monique ontsnapt
Paul Lynch - Lied van de profeet

Tip Marugg - De morgen loeit weer aan
Kathy Mathys - Tot het glinstert
Thomas van der Meer - Welkom bij de club
Eva Meijer - Voorwaarts
Peter Middeldorp - De kant van Ada
Marga Minco - Achter de muur (verzamelde verhalen)
Nicolien Mizee - Ik kus uw handen duizendmaal (Faxen deel 6)
Erwin Mortier - Gestameld liedboek 
Alice Munro - Lief leven
Teveel geluk
Les Murray - De slabonenpreek (gedichten)

Felix Oestreicher - 3lingnieuws 1937-1943
Naderhand, Kampgedicht
Tezer Ózlü - De kille nachten van de jeugd
Sylvia Plath - Letters Home 
Bram de Ridder - Aangenaam zwaar hoofd
Marijke Schermer - In het oog
Jaap Scholten - Van Oldenzaal tot Ouaguadougou
Helga Schubert - Dag voor dag
Karin Smirnoff - Mijn moeder
Snijders gedundrukt - Zeer kort (samenstelling Arjan Lubach)
F, Starik - Moeder doen
Elisabeth Strout - Vertel me alles

Lia Tilon - Papieren huizen
Olga T0karczuk - Empusion
William Trevor - Felicia's reis
Maud Vanhauwaert - Tosca
Kees Verheul - Een jongen met vier benen
Hans Vervoort - Kleine (en iets grotere) herinneringen aan deze en gene
Delphine de Vigan - Niets weerstaat de nacht
Marjoleine de Vos - Zo hevig in leven, Over sterfelijkheid
J.J. Voskuil - Martelaarschap, Dagboeken 1965-1974

Derek Walcott - Omeros
Hans Warren - Geheim dagboek 1945 - 1948 (1985)
Niña Weijers - Cassandra
Grete Weil - Tramhalte Beethovenstraat
Robbert Welagen - Averij
Richard Wright - Een van ons