Bats, en klaar is Kees

Steen, schaar, papier is een spelletje met de handen, een nulsomspel, een soort kop of munt, elk kind kent het. Een van de verhalen van Maxim Osipov heet, ‘Steen, schaar, papier’. Waarin een oudere vrouw Ksenia Nikolajevna Knysj, de schoolmeester Sergej Sergejevitsj en Roxana, een zwijgzame jonge vrouw, de rol van een van deze handgebaren vertegenwoordigen. Onder het communisme deed Ksenia ‘haar plicht op de grens van geloof en ongeloof, net als iedereen.’ Na het communisme bekeert ze zich tot het christendom. Haar dochter verwijdert zich van haar, sterft jong. Dat is de schuld van de intellectuelen, van de schoolmeester. Hij heeft de geest van haar dochter met literatuur vergiftigd. Literatuur maakt de wereld groter en laat angstige moeders achter. Angst is als een knijper op je neus, je stikt langzaam.

Ksenia bezit een restaurant, laat veel mensen voor zich werken die nooit worden uitbetaald. Ksenia draait met alle winden mee. Zij is de steen, niets beklijft. Roxana is bij haar in dienst. Dan belandt Roxana in de gevangenis. De man die haar belaagde stak ze dood. Ksenia bezoekt haar, neemt worst mee, wat Roxana niet belieft. Ze wordt daarom door Ksenia bewonderd, want heeft een vrouw in zo’n situatie iets te willen? ‘Ze wil op Roxana lijken, op haar niveau staan. Gaat dat lukken? Ksenia voelt zich dom en oud naast dit plotseling volwassen geworden kind: haar daad heeft haar tot onbereikbare hoogten opgetild, tot dicht bij het mysterie! Ksenia heeft zich heel haar leven in allerlei bochten gewrongen, altijd maar in de weer, gissend, stapje voor stapje vooruit schuifelend, onderhandelend met al die… en bij Roxana, bats, en klaar is Kees. Helemaal zelf! Ze heeft haar eigen lot in handen genomen, de rechtbank, de straf!’ Ja, bats, door roeien en ruiten om de wereld open te breken.

Osipov schrijft dicht op de huid van de menselijke verhoudingen, forceert een denktrant, negeert aannames. Een nieuw pad dat gegaan moet worden, ja, ja. Stilzwijgend (als houd ik de adem in) lees ik door. Hoe Roxana de Islam aanhangt. Ksenia dat ook wil. ‘Ksenia heeft nog nooit iemand zo geloofd als haar nu.’ Waarom de USSR uiteen is gevallen, dat weet Roxana, ‘Ze hebben teveel naar het Westen gekeken. Naar het duivelse Westen. Ze werden ontrouw aan hun voorbestemming.’

En dan de schoolmeester, man van het papier, hij heeft het laatste woord: ‘En tenslotte, ik ben vrij.”Verheug je in de eenvoud van je hart, verheug je vol vertrouwen en wijsheid,” zeg ik tegen de kinderen en mezelf. Ik heb dat niet zelf bedacht, maar wel zo vaak herhaald, dat het ook van mij is. Het hoort net zo bij mij als slaperige kinderen in de klas, Russische literatuur en heel Gods mooie schepping.’

Na deze laatste regels sluit ik het boek, staar voor me uit. Om een verhaal van schuld en boete zo te eindigen is haast als een verlossing. In Osipovs verhalen is de wereld hoe dan ook niet stuk te krijgen. Overrompelende verhalen, geweldig boek.

 

 


De wereld is niet stuk te krijgen / Maxim Osipov/ 380 pag. / Vertaling: Yolanda Bloemen en Seijo Epema / Van Oorschot (2019)

(Deze column verscheen eerder op Literair Nederland)

 

Wij konden naar huis

De nachten waren koud, de ochtenden zonnig waarin we ons comfortabel settelden (als kende geluk geen einde) met een boek of domweg voor ons uitkeken naar de koeien aan de overkant van het meer of luisterden naar het loeien in de wei achter ons. Waarna hij koffie zette en ik een appel at.

Om een uur of een/twee in de middag begon het stipt te regenen. Hevige regenval op tent tafel stoelen die we daarna droogden met doeken waarvoor er net te weinig zon scheen om die weer droog te krijgen. De dagen kregen hun eigen ritme: kou, zon, regen en het ordenen der dingen en dan kwam de nacht weer waarin we met koude neus en oren in onze slaapzak staken. Elke avond zeiden we tegen elkaar dat we de volgende keer een wollen muts mee zouden nemen. We hadden aan alles gedacht, wollen sokken, truien, dekens - 'extra blankets for the cold' klonk Janis Ian in mijn hoofd - een goed boek en zelfs een kruik hadden we mee, maar die muts, die waren we vergeten. In Frankrijk was het 40 °C wist een van de overgebleven campinggasten te vertellen, in de nachten 27 °C. We wisten niet wat erger was.

Toen na vier dagen de zon in de ochtend zich niet meer liet zien, dachten we aan naar huis gaan. Wij hadden een huis waar een bed nog maar een paar weken geleden bij ons bezorgd op ons wachtte. Dat bed, dat mooie bed van kersenhout, wat een fijne matras het had, dat zeiden we tegen elkaar als we op ons veldbedje de kou probeerden te weren door nog eens op onze andere zij te gaan liggen en zochten naar hoe we ook alweer de slaap moesten vatten.

Ook tijdens die zonloze ochtenden keken we voor ons uit naar de koeien die aan de overkant van het meer, waarvan we het waterpeil zagen stijgen, al grazend onder de bomen doorliepen. Zo nu en dan loeiden ze klaaglijk als misten zij iets. En zette hij koffie, at ik een appel, las in Malacqua (slecht/kwaad water) van de Italiaanse schrijver Nicola Pugliese. Een boek waar je, ondanks de dikte van 155 bladzijden, een rijkdom aan van alles in vond.

Pugliese schreef maar één boek, daarna vertikte hij het om er nog een te schrijven. Hij gaf zelfs geen toestemming voor een herdruk toen het boek een succes bleek. Pas na mijn dood, gaf hij te kennen, mag het herdrukt worden. Ik had zo'n  man die zo'n geweldig goed boek schrijft en en er dan niets meer van wil weten, wel eens willen ontmoeten.

In Malacqua was alles veel erger, vier dagen onophoudelijke regenval in het Napels van de jaren zeventig. Het is een stuwende roman met prachtige inzichten in hoe de mens zich verhoudt tot een natuurramp. Er was wat te leren, hoe we met de dingen omgaan, en dat het antwoord van de natuur op onze ondoordachte gedragingen gewoonlijk een ramp is. Het regenwater sijpelde onvertraagd door alles heen, straten spoelden weg, mensen verdwenen, huizen storten in. Er is geen oplossing dan enkel het ondergaan van alles.

Zo erg was het met ons nog niet gesteld dus bleven we nog een nacht en vertrokken pas toen we geen droge onderbroek meer in onze bagage vonden. Op de derde zonloze ochtend stouwden we het lelijk eendje vol met onze spullen en vingen met vele gedachten in het hoofd de terugtocht aan. We gingen naar huis om de kou en de regen en het ontbreken van die wollen muts. Want echt, zeiden we tegen elkaar, als we ons hoofd warm hadden kunnen houden dan waren we gebleven.

 

 

Malacqua werd vertaald door Annemart Pilon / uitgegeven door Van Oorschot.