Mijn tenen

Ik droomde dat ik de grote teen van beide voeten had afgesneden. Het leven leek me eenvoudiger zonder. Het was in een café waar de tapkast met een houten, nicotinegeel trapje te bereiken was. Mijn tenen had ik er in een oogwenk af, er was geen bloed. Dat leek me een goed teken. Ze zouden me niet meer in de weg zitten bij het schoenen passen. Ik keek naar mijn voeten als naar een stilleven. Toen moest ik gaan.

Ik beklom het nicotinegele trapje om af te rekenen. Het liep wat raar. Het kleine teentje moest nu aanzienlijk meer inspanning verrichten. Bij elke trede van het houten trapje verloor ik van beide voeten steeds een teen. Het ging vanzelf. Er waren vier treden. Boven aangekomen kon ik me nog net vastgrijpen aan de toog. Een man met een uitzonderlijk bol oog keek me verstoord aan. Of ik niet wist dat niemand hier afrekende. 'U hoort van ons', zei de man.

Achterwaarts ging ik het trapje weer af. Dat was nog een hele klus. Op handen en knieën belandde ik op de vloer van het café dat - eerder nog een vlakke plankenvloer - nu golfde als een onrustig beekje. Er viel een ober over me heen. Hij hield een dienblad waarop twee pilsjes en twee lijkwitte tenen op een servetje met een bakje mosterd fier omhoog. Ik durfde niet te zeggen dat het mijn tenen waren. Het overviel me opeens, dat hele gedoe met die tenen. Ik vroeg me af hoe ik er op gekomen was. Een goed idee blijkt dat niet zelden achteraf ook nog te zijn.

Maar ik moest nu echt gaan. Op mijn hakken hupte ik naar buiten, keek nog even achterom naar de plek waar ik gezeten had. Ik dacht, hoe vertel ik thuis dat ik mijn tenen in een café heb achtergelaten? Toen hoorde ik Joan Didion, 'The willingness to accept responsibility for one's own life is the source from which self-respect springs.' Daar had ik het mee te doen.

En toen werd ik wakker en vroeg me serieus af waarom ik zo onverantwoord met mijn tenen was omgesprongen. Welke geest was er in mij gevaren. Of kwam het door de zes wonderlijke verhalen over geesten van Roos van Rijswijk die ik achter elkaar had gelezen?

 

Wat ben ik meer dan stilte (2018)

Schilderij: Frits Van den Berghe