Kriebels

Nu geen koffie zetten. Eerst werken. Ik schrijf een boodschappenbriefje: tandpasta, avocado's, kattenvoer. Vul het espressopotje met koffie, zet op het vuur. Klop (haver) melk, schenk in. Dan kan er nu gewerkt worden. Maar wacht, eerst dit.

Uit de keukenla pak ik een groot keukenmes. Met het snijvlak van het mes schuif ik met ambachtelijke precisie over het tafelblad. Kaarsvet komt los. Haal alles van tafel: boeken, laptop, briefjes, kaarsenhouders, nagelknipper, verzamelbundel Plint 40 jaar, luciferdoosjes, etui, pennen, agenda van 2020 waarvan ik de datum moet aanpassen naar 2023 (nog even en januari hoeft niet meer). Poets het tafelblad. Een boek valt open op de grond (echt waar) op dit gedicht: 

'Een boek gewond'

Er valt een boek van tafel.
Het klettert op de grond.

Het boek zegt niks.
Het boek ligt stil.
Het boek lijkt zwaargewond!

Ik grijp de telefoon,
bel bibberend 112
De boekenambulance komt vlug
en draagt het boek voorzichtig mee
naar het boekenziekenhuis.

Ik blijf in mijn eentje thuis.

Even later komt hij terug.
'Geen woord gebroken,' zegt het boek.
'Alleen wat last van mijn rug.'

Communicatie met boeken bestaat. Kleed de tafel weer aan. Neem plaats achter de laptop, kijk naar de tuin. Schuif de laptop naar de andere kant van de tafel, nee, weer terug. Ik open een document, klik door naar facebook. Een ex-vriendje stuurt me de namen van zijn twee kinderen. Ik stuur hem er vier terug. Een andere ex-vriend doet in een Aziatisch land een kookcursus. Ik geef een duimpje en schrijf eronder 'Geweldig'. Zo uit het niets krijg ik zin in een koekje, een digestive. Liever dan naar de supermarkt, pak ik bloem, boter, dadels. Luister naar The Archers op BBC radio.

Op tafel ligt een met de hand uitgeschreven interview met een schrijver. Het boek Vermogen ernaast.

Als ik achter mijn laptop ga zitten slaat mijn lijf op hol. Krijg overal kriebels. Loop om de (lange) tafel heen. Op het toilet stift ik mijn lippen (dat helpt). Iemand heeft ergens eens gezegd: als je gaat schrijven, doe altijd schoenen aan. Elke ochtend denk ik: doe schoenen aan. Nu trek ik ze uit. Loop op kousenvoeten naar de keuken. Pak een theepot van het schap. Neem een hap uit een net uit de oven gehaald koekje. In mijn neus de geur van drukinkt op papier.

 

Gedicht uit: Het beste uit Plint 40 jaar, door dichter Erik van Os