Een mooi boekenjaar

Het schriftje waarin je de titels van de gelezen boeken noteerde, raakte kwijt. Dus verzamelde je de boeken die in het afgelopen jaar gelezen werden. Je herinnert je de verhalen, de hoedanigheid waarin je ze las, legt ze op tafel. Siciliaanse brieven, Tussen mes en keel en Malocchio van Geerten Meijsing las je ter voorbereiding op een interview dat uiteindelijk niet doorging. De houdgreep, het debuut van Joost Zwagerman  (1963 - 2015) uit 1986 vond je in een buitenboekenkastje, een AP Pocket Editie. Je herinnerde je een stuk in 1986 in Vrij Nederland waarin debutanten van dat jaar geportretteerd werden, waaronder Tessa de Loo en Joost Zwagerman. Las de openingszin van zijn debuut: 'Het gezin Rafferty was niet echt vermogend maar had toch genoeg geld om een au pair in huis te nemen.', en nam het mee.

Hoe zeer je onder de indruk was van Hiske Dibbets' laatste boek, Niet niks. Dat ze er nu niet meer is. De bewondering voor Truman Capote, en hoe je verhalen van Raymond Carver op de laatste dagen van 2023 las. Je noteerde daarover: 'Flarden uit een leven, verhalen nooit helemaal af. De ogenschijnlijk niet ter zake doende gebeurtenissen die Carver beschrijft. De dronken toestand van zijn personages, liefdes die aldoor eindig zijn. Geweldige verhalen!'

Hoe graag je werk van Marja Pruis, Lionel Shriver leest. Dat de eerste roman van Maud Vanhauwaert, Tosca, je bevalt. Hoe blij je was met Het laatste voorjaar, het nieuwe boek van Minke Douwesz. De ontdekking van schrijvers als Bernardine Evaristo, Adania Shibli, Ota Pavel, Erri de Luca. Boeken waarmee je je in 2023 verbonden hebt. Want dat gebeurt met een boek, er ontstaat een verbintenis. En zo gauw het uit is, denk je er nog wel eens aan, niet zo vaak, maar toch. Net als bij een goede vriendschap die bij elke ontmoeting weer opleeft, is er een draadje dat weer opgenomen wordt zo gauw je een eens gelezen boek weer in handen neemt. Een onzichtbare overdracht tussen het boek en jezelf. Het was een mooi boekenjaar.

 

Rachel  Aviv / Vreemden voor onszelf
Blake Bailey / Philip Roth (de biografie)
Alan Bennett / De ongewone lezer
Lucia Berlin / Handleiding voor poetsvrouwen
Marion Bloem / Meisjes uit het dorp
Nina Burton / Levensmuren
A.S. Byatt / Obsessie
Truman Capote / In koelen bloede
Raymond Carver / Voorzichtig (verhalen)
Hiske Dibbets / Niet niks

Joan Didion / The last interview
Adriaan van Dis / Naar zachtheid en een warm omhelzen
Tove Ditlevsen / Kwaad geluk
Mirthe van Doornik / Een tafel bij het raam
Marie Dormoy / Het geheime leven van Paul Léautaud
Minke Douwesz / Het laatste voorjaar
Annie Ernaux / Een vrouw
Annie Ernaux / De plek
Bernardine Evaristo / Geef nooit op (een manifest)
John Fante /Het volle leven

Natalia Ginzburg / De kleine deugden
Hannelore Grünberg-Klein / Zolang er nog tranen zijn
Valentijn de Heer / Beste mevrouw Eva
Thomas Heerma van Voss / Omwegen
Hans Heesen / Tenminste voor een bepaalde tijd
Joke J. Hermsen / Onder een andere hemel
Judith Herzberg / Doen en laten
Lucas Hirsch / Shotgun Wedding
Elizabeth Jane Howard / Een heerlijke tijd

Nora Ikstena / Moedermelk
Julien Ingnacio / Goudjakhals
Mensje van Keulen / Moeder en pen, Dagboek 1979-1983
Laurie Lee / As I Walked Out One Midsummer Morning
Erri de Luca / Niet nu, niet hier
Mohamed Mbougar Sarr / De diepst verborgen herinnering van de mens
Geerten Meijsing / Siciliaanse brieven
Sipko Melissen / Arkadia
Marga Minco / Verzamelde verhalen
Nicolien Mizee / De grote wil, e.a. schrijflesverhalen

Nicolien Mizee / Het paradijs, zeven tuinverhalen
Geert van Oorschot / Brieven van een uitgever
Yambo Ouologuem - De onvermijdelijkheid van geweld
Amos Oz / Een verhaal van liefde en duisternis
Connie Palmen / Jij zegt het
Ota Pavel / Hoe ik de vissen ontmoette
Ethel Portnoy / Portret
Marja Pruis / Boos meisje
Marja Pruis / Oplossingen
Marja Pruis / Genoeg nu over mij

Nicola Pugliese / Malacqua
Sholeh Rezazadeh / Ik ken een berg die op me wacht
Astrid H. Roemer / Dealers dochter
Katie Roiphe / Het uur van het violet
Claudia Roth Pierpont / Roth, een schrijver en zijn boeken
Helga Schubert / Dag voor dag
G. Sebald / Duizelingen
Anne Serre / Onze allerliefste schrijvende oude dame
Adania Shibli / Een klein detail
Lionel Shriver / De Mandibles

Lionel Shrivers / Tegendraads
Bashevis Singer / De duizendkunstenaar van Lublin
Elizabeth Strout / Olive Kitteridge
Wislawa Szymborska / Uitzicht met zandkorrel
Maud Vanhauwaert / Tosca
Joke van Vliet / Wanneer de herten komen
Marjoleine de Vos / Een dolgelukkig Montessori varken
Marjoleine de Vos / Je keek te ver
Fien Veldman / Xerox
Frida Vogels / Het verhaal van Vincenzo

Joost Zwagerman / De houdgreep
Miek Zwamborn / Onderling - Langs de kustlijn van Mull

 

 

Wij konden naar huis

De nachten waren koud, de ochtenden zonnig waarin we ons comfortabel settelden (als kende geluk geen einde) met een boek of domweg voor ons uitkeken naar de koeien aan de overkant van het meer of luisterden naar het loeien in de wei achter ons. Waarna hij koffie zette en ik een appel at.

Om een uur of een/twee in de middag begon het stipt te regenen. Hevige regenval op tent tafel stoelen die we daarna droogden met doeken waarvoor er net te weinig zon scheen om die weer droog te krijgen. De dagen kregen hun eigen ritme: kou, zon, regen en het ordenen der dingen en dan kwam de nacht weer waarin we met koude neus en oren in onze slaapzak staken. Elke avond zeiden we tegen elkaar dat we de volgende keer een wollen muts mee zouden nemen. We hadden aan alles gedacht, wollen sokken, truien, dekens - 'extra blankets for the cold' klonk Janis Ian in mijn hoofd - een goed boek en zelfs een kruik hadden we mee, maar die muts, die waren we vergeten. In Frankrijk was het 40 °C wist een van de overgebleven campinggasten te vertellen, in de nachten 27 °C. We wisten niet wat erger was.

Toen na vier dagen de zon in de ochtend zich niet meer liet zien, dachten we aan naar huis gaan. Wij hadden een huis waar een bed nog maar een paar weken geleden bij ons bezorgd op ons wachtte. Dat bed, dat mooie bed van kersenhout, wat een fijne matras het had, dat zeiden we tegen elkaar als we op ons veldbedje de kou probeerden te weren door nog eens op onze andere zij te gaan liggen en zochten naar hoe we ook alweer de slaap moesten vatten.

Ook tijdens die zonloze ochtenden keken we voor ons uit naar de koeien die aan de overkant van het meer, waarvan we het waterpeil zagen stijgen, al grazend onder de bomen doorliepen. Zo nu en dan loeiden ze klaaglijk als misten zij iets. En zette hij koffie, at ik een appel, las in Malacqua (slecht/kwaad water) van de Italiaanse schrijver Nicola Pugliese. Een boek waar je, ondanks de dikte van 155 bladzijden, een rijkdom aan van alles in vond.

Pugliese schreef maar één boek, daarna vertikte hij het om er nog een te schrijven. Hij gaf zelfs geen toestemming voor een herdruk toen het boek een succes bleek. Pas na mijn dood, gaf hij te kennen, mag het herdrukt worden. Ik had zo'n  man die zo'n geweldig goed boek schrijft en en er dan niets meer van wil weten, wel eens willen ontmoeten.

In Malacqua was alles veel erger, vier dagen onophoudelijke regenval in het Napels van de jaren zeventig. Het is een stuwende roman met prachtige inzichten in hoe de mens zich verhoudt tot een natuurramp. Er was wat te leren, hoe we met de dingen omgaan, en dat het antwoord van de natuur op onze ondoordachte gedragingen gewoonlijk een ramp is. Het regenwater sijpelde onvertraagd door alles heen, straten spoelden weg, mensen verdwenen, huizen storten in. Er is geen oplossing dan enkel het ondergaan van alles.

Zo erg was het met ons nog niet gesteld dus bleven we nog een nacht en vertrokken pas toen we geen droge onderbroek meer in onze bagage vonden. Op de derde zonloze ochtend stouwden we het lelijk eendje vol met onze spullen en vingen met vele gedachten in het hoofd de terugtocht aan. We gingen naar huis om de kou en de regen en het ontbreken van die wollen muts. Want echt, zeiden we tegen elkaar, als we ons hoofd warm hadden kunnen houden dan waren we gebleven.

 

 

Malacqua werd vertaald door Annemart Pilon / uitgegeven door Van Oorschot.