Een bepaalde urgentie

Je gelooft dat in elk mens het goede zit. Was het al niet zichtbaar, dan toch zal het op zeker moment naar boven komen. Je dacht aan de man die nadrukkelijk zei premier te willen worden van 'alle Nederlanders'.

Je leest Goudjakhals (Songs of Freedom), de eerste dertig bladzijden grijpen je al aan. De gedachte dat de aankomend premier dit moet lezen. De man die wegsmelt bij de aanblik van asielkatten, moet wel geschokt raken. Het gaat over mensen die zich nog benarder voelen als een kat in een jute zak. Zij verdienen bovenal medemenselijkheid.

Je leest 'GPS', het eerste verhaal in Goudjakhals, over een gps-systeem met een satellietcamera die een miljoen keer scherper waarneemt dan het menselijk oog. Alles wordt gezien, en dat blijkt teveel te zijn. Het systeem raakt ontregeld door het beeld van een 'klein mens in een korte blauwe broek, een rood T-shirt en klittenband schoentjes, aangespoeld op een Europees strand'. Het kan de beelden niet verwerken, het ontregelt  de 'binaire codering' van het gps-systeem. Je herkent, en ieder die dit leest zal het herkennen, in dit beeld het 3-jarige Koerdisch-Syrische jongetje dat in 2015 aan de Europese kust aanspoelde. Men zei dat dit beeld van dat hopeloos kleine mannetje, de vluchteling een nieuw gezicht gaf. Het is raar, dat we zulke beelden nodig hebben om ons de ogen, ons hart te openen. Ons voorstellingsvermogen heeft blijkbaar zo nu een dan een dosis verschrikkelijkheden nodig.

Terwijl je leest over een virtuele wereld, waar je niets van begrijpt. Je langs gps-coördinaten, bits en bytes en digitale signalen maneuvreert, kom je bij het tussenkopje: MEG45. Dagboekaantekeningen van een vluchteling wiens asielprocedure al twee jaar duurt en het eind nog niet in zicht is. Je herinnert je hem als de vluchteling die op een naar binnen gesmokkelde mobiel een boek schreef, over zijn jaren in een kamp op een eiland bij Australië. De vluchteling noteert:

'Eén keer per jaar komt het Rode Kruis langs. Eén keer per maand bellen ze me op. Informeren naar mijn levensomstandigheden. Ik vertel ze dat ik van geluk mag spreken dat ik een slaapplek heb in barak M45. Mijn matras is geen platgevouwen kartonnen doos zoals die van mijn vriend Ahmed uit Sudan, die slaapt in een lekkende tent van de UNHCR. Ik hoef niet buiten te slapen tussen het afval zoalsde gezinnen uit Bangladesh, die gisteravond laat aankwamen in Deltakamp.
Ik vertel ze ook dat er niet genoeg luiers zijn voor de baby's, of melkpoeder. Dat er geen stukje tape of touw is voor een kapotte tent. Dat er veertig douches zijn voor vierhonderd man. Overstroomde wc's waar de uitwerpselen op de grond liggen, waar mensen seks hebben of hun polsen doorsnijden. Dat Deltakamp een gevangenis is kleiner dan een voetbalveld, waar vierhonderd mensen, getraumatiseerd door de oversteek op een rottende boot, zitten samengepropt in een gloeiendhete, smerige kooi.
Ik update ze altijd. Daarna blijft alles bij het oude.'

Je hart breekt, denkt in een opwelling dat de man die zich uit gewoonte kwetsend uitlaat over mensen (desgevraagd zegt dat het nooit zijn doel is 'iemand te kwetsen'), dat deze man dit boek zou moeten lezen. Dat het zou kunnen helpen. De schokken die het teweeg brengt, de geschiedenissen die onthult worden, zullen het hart raken, iets in beweging zetten. De vluchteling overgeleverd aan de willekeur van een systeem, dat zou eens afgelopen moeten zijn. Spiegelend in het kwaad zal het goede zich laten zien. I'm a Believer.

Je bent nog maar net op weg in deze roman, maar weet dat je met je neus ergens op gedrukt zal worden. Uit dit boek spreekt een bepaalde urgentie.

 

 

Goudjakhals, Songs of Freedom / Julien Ignacio / 286 blz. / Uitgeverij Van Oorschot