Kat en muis

Toen onze kat doodging, liep hij eerst nog met zijn zwart glanzende lijf de tuin in. 's Middags lag hij bij de achterdeur. Zijn kop en bovenlijf hield hij omhoog, zijn fluweel glanzende achterlijf lag bewegingsloos achter hem. Toen ik de deur opende, trok hij zich met zijn voorpoten over de drempel, zijn achterlijf sierlijk als een zeemeerminnenstaart achter zich aanslepend. Toen we hem als kitten kregen, noemden we hem Maupie. Waar hij nooit op reageerde. Hij was een kat, hij zette zijn waardigheid niet met een door ons verzonnen naam op het spel.

Eerder die week, toen niemand nog aan doodgaan dacht, las ik Legende van een zelfmoord. Met sommige boeken kan het lang duren voor je ze leest, soms tien jaar. Eenmaal begonnen liet het me niet meer los. De schrijver droeg het op aan zijn vader, James Edwin Vann die zichzelf op veertigjarige leeftijd doodschoot toen hij in afzondering op een eiland in zuidoost-Alaska verbleef. De schrijver was toen een jongen, dit boek werd zijn debuut.

In het boek gaat de vader met zijn dertienjarige zoon naar een eiland in zuidoost-Alaska om te jagen, te vissen, om te overleven. De vader is een wat klunzig type, veel mislukt hem. ‘s Nachts hoort de jongen hem huilen, overdag ziet hij dat hij niet van hem op aan kan, suïcidaal is. Daarom gaat de jongen in op het aanbod van de vader om hem te weerhouden van zelfmoord. Tussen de vader en zoon wordt het een kat- en muisspel waaraan de jongen plots een eind maakt door zichzelf door het hoofd te schieten. Een daad van verzet. De vader die het schot hoort terwijl hij met zijn moeilijke zelf zich ver van de hut bevindt, zoekt er geen onraad achter. Als hij later zijn zoon in de deuropening van de hut ziet liggen, begrijpt hij dat er zich iets onherroepelijks gekeerd heeft. Hij denkt aan de moeder van de jongen.

Hij stopt zijn zoon in een slaapzak. Met een rubberen bootje varen ze tot de benzine op is langs de kust van zuidoost-Alaska op zoek naar hulp. Eerst wordt het lichaam stijf, later wordt het weer zacht, loopt er vocht uit, begint het te stinken. De vader praat tegen zijn zoon. Op een ander eiland vindt hij een hut, er is voedsel. Hij sleept zijn zoon daarheen, praat tegen hem, stelt hem gerust. Het ongeloof dat zijn zoon echt dood is, wordt pijnlijk voelbaar als je leest, ‘hij had nog steeds niet bewogen’. Een ingenieus boek, over een zoon die zijn vader het leven geeft. Het speelde nog dagen door mijn hoofd. Hoe de vader met zijn dode zoon sleepte, het verzorgde.

Ik dacht daaraan toen onze dode kat, soepel en zacht als fluweel in een mandje lag, de voorpoten langs zijn kop. Dat ik dacht hem wakker te kunnen aaien. Eén oor was al stijf. Ik dacht aan het weer zacht worden, aan lichaamsvocht, aan de aanwezigheid van een zwarte kat.

 

Legende van een zelfmoord / David Vann / vertaling Arjaan van Nimwegen / De Bezige Bij (2010)