
Onderwater
Ik houd niet van verwachtingen, maar heb ze wel. Ik ging naar Hokwerda's kind, de film. Wat ik had willen weten, was het een boekverfilming of een film gebaseerd op het boek? De film begon met de scene waarin een meisje door haar vader over de rietkraag heen het water in wordt gegooid, (net als in het boek) en dat meerdere malen. Ja, dacht ik, dit is Hokwerda's kind. Waarna het een ander verhaal werd.
Ik begrijp wel waarom er gekozen werd voor een wedstrijdzwemster in plaats van de tafeltennisster die Lin in het boek is. Onderwaterbeelden werken goed als metafoor voor zwijgen. En gezwegen wordt er, zoveel dat je soms niet weet waar je moet kijken. Lin, gespeeld door Sanne Samina Hanssen is geweldig. Haar eigenheid, het steeds opzoeken van de zelfkant van alles, de kracht van haar verweer tegen veel. Toch keek ik bij het zoveelste onderwatershot de filmzaal rond, hoe anderen rondkeken. Een vrouw voor me filmde met haar mobiel de onderwaterbeelden. Toen ze daar mee door bleef gaan, wilde ik iets naar haar hoofd gooien, een propje, 'Hè! Stop daarmee!' roepen, ofzo.
'Een goede film is een film die meer vragen oproept dan antwoorden geeft, die je uitdaagt om diep na te denken.', zei filmmaker Jean Renoir (zoon van).
De ochtend na de film werd ik wakker en begreep opeens wat dat laatste beeld betekende. Lin ging haar dood tegemoet. Het was klip en klaar dat vanaf het moment dat Lin - nadat ze Henri van een boot had geduwd (trouwens, er wordt veel getrokken en geduwd in de film) en verdronk, - op het strand van Dover stond ze haar dood tegemoet zou gaan. Terwijl ik nog geloofde in haar kracht om de dingen te boven te komen. Toen dacht ik aan de eerdere poging van Lin om het kanaal over te zwemmen onder begeleiding van een coach, maar wat mislukte. En begreep het. Wat een poging leek van Lin zichzelf te overwinnen, regie in eigen hand enzo, was een keuze voor de dood. Ik denk aan hoe ze haar wangen en lippen met crème insmeerde, haar lange haren onder de stugge badmuts stopte, de zwembril, als voor een wedstrijd. Dezelfde zekerheid en kracht spraken eruit. Lin geloofde op dat moment, en ik, de naïeve kijker, dat ze het zou halen.
De onvrede daarover. Ik wilde dat ze bleef leven, zoals in het boek. Was dat kinderachtig?
Kan het dat iemand te ver gaat met een boek verfilmen, met een verhaal om te zetten naar een vertelling die het boek ver achter zich laat. Kan een film de titel van een boek dragen als het enkel een uitvergrote snipper daarvan is. Denk aan God die een rib uit Adam nam om iets nieuws te creëren. Ook dat riep vragen op en de antwoorden bleven onbevredigend. Maar misschien stel ik de verkeerde vragen.
Ik ging het boek weer lezen. Dat wat verloren was gegaan weer terugvinden. De Lin uit de film was zo krachtig dat ze nu de Lin in het boek vormgaf. Dat was winst.
Maar dan. Hoe de fotograaf, vriend van Henri, zich ergens in de film met een sardonische lach om zijn mond achterover uit een pakhuis naar beneden laat vallen. Ik slaakte een kreet. Het onbegrijpelijke van deze daad. Waarom deed hij dit? Was het omdat Henri hem verboden had de handen van Lin te fotograferen (aan haar handen wordt veel betekenis toegekend). Dat hij dat toch doet als Lin zich bij het openen van een blik perziken bij hem thuis in haar handpalm snijdt. Terwijl het bloed uit haar hand gutst, maakt Alex daar een foto van. Lin die daarna plotseling naar huis gaat zonder van die perziken te eten (hoezo?). Waarna Alex de foto van haar hand uitprint. En dan verschijnt dat sardonische lachje, maakt hij die sierlijke draai als in een dans en laat zich uit het open raam te pletter vallen. Ik zocht naar de diepere betekenis van dit alles.
Er was veel waarbij je van alles kon bedenken, wat ik met de man zittend in bed, later met koffie en de krant aan tafel ook deed. Hij lezend en ik, 'Dat ze die vriend, Alex toen ze met zijn drieën voor het eerst samen waren zomaar tongzoende. Waarom deed ze dat?' Wat moesten we wel niet van Lin denken.
Ik pakte het boek erbij om grip te krijgen, verhaallijnen te herstellen. Het had me direct weer bij de kladden. Dat broeierige, alles verzengende verlangen naar huid op huid, dat aantrekken, afstoten. Het zwijgen dat in het boek beter werkt dan in de film. De relatie tussen Henri en Lin, tussen Jelmer en Lin, en de terzijdes met Alex de fotograaf. En dan het sterven van de een, en de ander. Er is een lijn te volgen, er valt niets uit de lucht.
Toen wist ik opeens welke scene's uit het boek ik in de film had willen zien.
Nadat ze haar vader bezocht heeft en daarna in een vriesnacht in een botenhuis door het ijs zakt. Het uit elkaar vallen van Lin daarna. Ook die scene, eerder in het boek, waarin Lin bij thuiskomst een naakte vrouw bij Henri op de bank vindt. Opera muziek (aria uit Traviata), schalt door het huis. Lin die ongezien achterwaarts het huis weer verlaat, buiten die vrouw opwacht. Een filmische scene, zo mooi. Als Lin rokend in een portiek wacht tot die vrouw naar buiten komt. ‘Kort en stevig was ze, een heel ander type dan zijzelf, een stuk ouder ook, misschien wel tien jaar.' Dan de achtervolging, naar de Stadhouderskade, door de Leidsestraat, waar de vrouw een kroketje uit de muur trekt. Dat kroketje uit de muur, hoe Lin daarnaar kijkt. Dat had ik wel willen zien in deze film waarin zoveel niet te zien was. Maar goed, ik ben geen filmmaker.
