Werk in Uitvoering

De schrijver is er altijd

29 april 2025
Toen A.L. Snijders overleed (7 juni 2021) bevond ik me midden in een op handen zijnd overlijden van de broer net boven mij. Die van de stille wateren, diepe gronden, waar altijd wat mee te lachen viel, binnenpretjes, breeduit lachend, glimlachend. Jongste broer en ik waren met twee van onze kinderen op de terugweg na een bezoek aan de zieke broer. Brachten zijn zoon naar huis in Rotterdam, dronken koffie toen mijn mobiel oplichtte. ‘A.L. Snijders is overleden’, berichtte mijn jongste dochter. Impulsief drukte ik het weg, ruimte creërend voor het toekomstige sterven van de een, de dood van de ander uitstellend.

Na Rotterdam brachten we mijn jongste zoon naar Utrecht, onderweg meed ik social media, hield de waarheid op afstand. Tussentijds schemerde de dood door mijn gedachten. Veel mensen zijn gestorven, niemand heb ik nog zien sterven.

Soms mailde ik Snijders een reactie op een van zijn stukjes uit de Graslijst. Op het zkv 'Onzin' van 4 november 2018, schreef ik: 'Mooi stukje! Vooral dat, 'Ik ben de schrijver van dit stukje. Meesterlijk!'

Waarop hij terugschreef:

'weet je wat zeer vreemd is, ingrid? vroeger, toen ik literatuur begon te lezen, ik was een jaar of vijftien, vond ik het verschrikkelijk als een schrijver erop zinspeelde dat een verhaal een verhaal was, en hij de schrijver. een verhaal moest ontstaan als een steen, zonder  tussenkomst van een mens – dat was m'n heimelijke ideaal. ik wist natuurlijk dat dat onhaalbaar was, maar ik volhardde in de eis dat de schrijver in ieder geval onzichtbaar moest blijven. en nu, een mensenleven later, doe ik wat ik vroeger verfoeide: ik word zelfs een flankerende auteur in mijn eigen verhaal. en dan tenslotte is er iemand zoals jij die dat niet alleen ontdekt, maar ook nog 'meesterlijk' vindt. je hebt een vijftien-jarige jongen gedood, die nota bene al zelfmoord had gepleegd. / goed dat je dat gedaan hebt, trouwens. / hartelijke groeten'

Er is een verhaal dat Snijders als vijftienjarige een verhaal van Jan Hanlo leest over een zielig hondje, waarin Hanlo  zich opeens tot de lezer richt met: 'Huilt u al?' Hoe die jongen zich betrapt voelt, het boek kwaad van zich afgooit. (Uit: Ik leef aan de rand van de wereld)
Die fysieke reactie op een manoeuvre van een schrijver: Ik vond het fantastisch.

Die avond thuis pakte ik de laatst uitgegeven bundel zkv’s van Snijders. Op 28 mei 2019 schrijft hij, 'Mijn vriendin kent me niet, want het is acht dagen geleden dat we elkaar voor het eerst ontmoetten. We staan te wachten op het station van Deventer, ze neemt de trein die regelrecht naar haar woonplaats Amsterdam rijdt, ze hoeft niet over te stappen. Het wachten heeft een betekenis die los van alles is en zonder meer doet denken aan een warm bed.’ Daar was een aanzet tot een nieuw leven.

We mailden gedurende een jaar regelmatig met elkaar. Kleine berichtjes over de somberheid die hem na het overlijden van zijn vrouw, Yvonne, zomaar overviel. Over voorgeschreven slaappillen, de wodka’s die gedronken moesten worden. Toen hij schreef dat ik nu wel erg belangrijk voor hem werd, voerde ik per omgaande mijn man op in de mail. Ik ben een angsthaas.

Kort daarop maakten we een afspraak voor een interview.

Op die Pinksterdag in 2019 vertelde hij, Peter Müller hoe grijs en traag zijn leven was geworden. Dat de kwalen die hij kreeg volgens de huisarts te maken hadden met het verlies van zijn vrouw. Wat hij een wonderlijke samenvoeging van gebeurtenissen vond. ‘Maar toen leerde ik deze dame kennen’, zei hij, naar buiten wijzend waar een vrouw naast zijn jongste dochter op een bankje zat. ‘Sinds een maand ben ik weer verloofd, jij bent nu getuige van mijn nieuwe leven. Drie jaar geleden is haar man overleden, en een paar maanden geleden hebben wij elkaar gevonden.’ Er was een kiertje opengegaan met zicht op een leven van minder schrijven, meer leven.

Over de houdbaarheid van literatuur en schrijvers zei hij, ‘Wat mij opvalt is dat schrijvers zo gauw ze dood zijn helemaal weg zijn. Vestdijk wordt niet meer gelezen, terwijl dat een fantastisch schrijver is. Dat lijkt ook alleen maar in Nederland te gebeuren, het onderwijs helpt daar natuurlijk ook niet aan mee. In Frankrijk kun je jong en oud nog een boek van Flaubert in de metro zien lezen.’

De schrijver is dood, maar weet dat ik altijd een bundel van A.L. Snijders zal openslaan in trein en metro, in hotelkamers en langs de oever van een rivier. Deze schrijver blijft.

 

 

Lees ook: Interview met A.L. Snijders/Peter Müller

 

crossmenuchevron-down linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram